Start de checkStart check

Warmtepomp

COP en SCOP van een warmtepomp: wat betekenen ze?

De COP is het rendement van een warmtepomp op één meetmoment: de geleverde warmte gedeeld door de gebruikte elektriciteit, bij één vaste set temperatuurcondities. De SCOP is hetzelfde getal, maar gemiddeld over een heel stookseizoen, inclusief koude dagen en deellast. De SCOP zegt daardoor meer over uw jaarverbruik dan de COP.

Laatst bijgewerkt:

Wat zijn COP en SCOP?

COP staat voor Coefficient of Performance: de verhouding tussen het geleverde warmtevermogen en het daarvoor benodigde elektrische vermogen, bij één specifieke set temperatuurcondities. SCOP staat voor Seasonal COP — dezelfde verhouding, maar dan gemiddeld over een heel stookseizoen, waarin wisselende buitentemperaturen en deellast verwerkt zitten. Beide zijn dimensieloos.

Dimensieloos betekent: een COP van 4 zegt dat het toestel op dat meetmoment vier kilowattuur warmte levert uit één kilowattuur stroom. Dat kan omdat een warmtepomp warmte niet máákt maar verplaatst — hij haalt het grootste deel gratis uit de buitenlucht, de bodem of het grondwater. Elektrische weerstandsverwarming zit per definitie op 1, een cv-ketel kan de energie-inhoud van het gas niet overschrijden.

Het praktische verschil tussen de twee: de COP is een momentopname en de SCOP een seizoensgemiddelde. Een fabrikant die één COP noemt, noemt daarmee onvermijdelijk het gunstigste meetpunt dat de norm toelaat. Voor de vraag wat u volgend jaar aan stroom verbruikt, is de SCOP de bruikbaardere maat — mits u weet bij welke condities hij bepaald is.

COP, SCOP, SEER en SPF naast elkaar

COP
De verhouding tussen het geleverde warmtevermogen en het benodigde elektrische vermogen, bij één specifieke set temperatuurcondities. Een momentopname, geen jaargemiddelde.Dimensieloos; geldig bij één set temperatuurcondities, definitie conform NEN-EN 14825
SCOP
De seizoensgebonden COP voor verwarming: het rendement gemiddeld over een heel stookseizoen, inclusief wisselende buitentemperaturen en deellast. In het Nederlands ook wel de jaarlijkse COP voor verwarming genoemd.Dimensieloos; gemeten bij stookseizoen “A” (average) onder conditie LT(35 °C), conform NEN-EN 14825:2022
EER en SEER
Dezelfde twee begrippen, maar dan voor koeling: geleverd koelvermogen gedeeld door benodigd elektrisch vermogen. In de Nederlandse beroepspraktijk wordt de EER ook wel de COP voor koeling genoemd.Dimensieloos; definitie conform NEN-EN 14825
SPF
Seasonal Performance Factor: de geleverde energie per jaar gedeeld door de energie die daarvoor nodig was. Anders dan COP en SCOP is dit een maat voor de hele installatie en niet voor het losse apparaat.Dimensieloos; op jaarbasis, over het systeem in plaats van het toestel

ISSO-publicatie 39 “Energiecentrale met warmte- en koudeopslag” (2017), bijlage D “Begripsomschrijving COP, EER, SPF en PER”, pdf-pagina 273 en pdf-pagina 15; definities conform NEN-EN 14825. Testconditie van de SCOP: RVO, Energielijst 2026 (EIA), codes 211106 en 211107, pdf-pagina 21.

Dat laatste onderscheid is belangrijker dan het lijkt, en vrijwel geen enkele productfolder zegt het erbij. ISSO formuleert het onomwonden: de definities uit NEN-EN 14825 “zijn gericht op apparaten en niet op systemen”. In de COP zit het elektrisch vermogen van het toestel zelf, inclusief de pompenergie van verdamper en condensor — maar de transportpompen van het achterliggende cv-circuit zitten er níét in. Uw meterkast telt die wel mee.

Wat is dan een goede COP?

Wij noemen geen streefwaarde, want die bestaat niet los van de aanvoertemperatuur en de bron. Wat er wél is, zijn genormeerde ondergrenzen. De NTA 8800 — de rekenmethode achter het energielabel — legt in tabel 9.28 vast welke minimale COP-waarden een warmtepomp bij beproeving volgens NEN-EN 14511-2 moet halen om in de labelberekening het hoge opwekkingsrendement te mogen gebruiken. Elke waarde hoort onlosmakelijk bij zijn beproevingsconditie:

Wat de beproevingsconditie betekentMinimale COP
Bodem/water — B0/W45Brine van 0 °C als bron, aanvoertemperatuur 45 °C3,00
Bodem/water — B0/W35Brine van 0 °C als bron, aanvoertemperatuur 35 °C3,50
Grondwater/water — W10/W45Grondwater van 10 °C als bron, aanvoertemperatuur 45 °C3,75
Grondwater/water — W10/W35Grondwater van 10 °C als bron, aanvoertemperatuur 35 °C4,40
Buitenlucht/water — A7(6)/W45Buitenlucht van 7 °C als bron, aanvoertemperatuur 45 °C2,75
Buitenlucht/water — A7(6)/W35Buitenlucht van 7 °C als bron, aanvoertemperatuur 35 °C2,85
Buitenlucht/water — A-7(-8)/W45Buitenlucht van −7 °C als bron, aanvoertemperatuur 45 °C1,90

Lees de tabel niet als “dit haalt uw toestel”, maar als “dit is de ondergrens die de norm stelt vóórdat de labelberekening een toestel als goed presterend behandelt”. Drie dingen springen eruit. De bron maakt uit: grondwater van 10 °C is een veel comfortabeler vertrekpunt dan buitenlucht van 7 °C, en dat zie je terug in de ondergrens. De aanvoertemperatuur kost rendement: hetzelfde luchttoestel moet bij 35 °C aanvoer een hógere COP halen dan bij 45 °C, omdat het bij die lage aanvoer nu eenmaal beter presteert. En vorst kost het meest: bij −7 °C buitenlucht ligt de ondergrens fors lager dan bij 7 °C.

Bron: NTA 8800:2025+C1:2026, tabel 9.28, pdf-pagina 335. De getallen tussen haakjes in de luchtcondities zijn de natteboltemperatuur van de lucht tijdens de test; in de genoemde waarden is volgens de norm een meetonnauwkeurigheid van 5 % al verdisconteerd. Haalt een toestel deze ondergrens niet, dan rekent de labelberekening met een lager opwekkingsrendement — het toestel mag dan nog steeds geplaatst worden, maar het telt in het label minder gunstig mee.

Wat drukt het rendement in de praktijk?

Vijf dingen, en ze verklaren samen waarom een toestel met een mooie SCOP op papier in de ene woning schittert en in de andere tegenvalt.

  • De aanvoertemperatuur. Dit is verreweg de grootste knop. Hoe groter het temperatuurverschil dat de warmtepomp moet overbruggen, hoe meer stroom hij per eenheid warmte gebruikt. De genormeerde ondergrenzen hierboven laten dat direct zien. Waterzijdig inregelen en ruimere radiatoren zijn daarom vaak de goedkoopste rendementswinst — zie warmtepomp zonder vloerverwarming.
  • De buitentemperatuur, bij een luchtwarmtepomp. Koude lucht bevat minder bruikbare warmte, en bij vorst komen er ontdooicycli bij die zelf energie kosten. Een bodemwarmtepomp heeft daar veel minder last van omdat de bodemtemperatuur het hele jaar vrijwel gelijk blijft — zie lucht/water of bodem.
  • Warm tapwater. Douchewater moet naar een hogere temperatuur dan cv-water, dus het rendement ligt daar lager dan bij ruimteverwarming. Hoe groter het aandeel tapwater in uw totale warmtevraag, hoe zwaarder dat weegt — en dat aandeel stijgt naarmate een woning beter geïsoleerd is.
  • Wat er buiten de systeemgrens valt. De COP van het apparaat telt de transportpompen van uw cv-circuit niet mee, en een elektrisch bijverwarmingselement ook niet. Uw jaarrekening telt ze wel. Daarvoor bestaat de SPF, die over de hele installatie gaat.
  • Een te groot toestel. Een ruim bemeten warmtepomp draait bij milde temperaturen in korte start-stops in plaats van rustig op deellast, en dat kost rendement. Hoe het benodigde vermogen bepaald hoort te worden, staat op hoeveel kW heeft u nodig.

Wat doen SCOP en het toestellabel met de subsidie?

De ISDE rekent niet met de SCOP zelf, maar met de energie-efficiëntieklasse die blijkens het etiket bij het toestel hoort. Voor het basisbedrag bij een lucht-waterwarmtepomp van 1 tot en met 70 kW eist de regeling klasse A++ of hoger; voor de extra toeslag klasse A+++ of hoger. De prestatie van het toestel telt dus mee, maar via de etiketklasse en niet via een SCOP-getal dat u zelf invult.

Dat is een praktisch verschil bij het vergelijken van offertes: twee toestellen met een verschillende SCOP kunnen in dezelfde etiketklasse vallen en dan dezelfde subsidie opleveren — terwijl het toestel met de hogere SCOP u wel minder stroom kost. Hoe de regeling van klasse en vermogen een bedrag maakt, staat één keer volledig uitgeschreven op warmtepompsubsidie. Wij herhalen die rekenregels hier niet, en wij noemen geen vast subsidiebedrag: dat bestaat niet zonder gekozen toestel.

Waar vindt u de SCOP van een toestel?

In de productdocumentatie van de fabrikant, bij de bijbehorende beproevingsconditie. De energie-efficiëntieklasse — het getal waar de subsidie op leunt — staat op het energie-etiket bij het toestel. Vraag de installateur naar de opgave die hoort bij de aanvoertemperatuur die úw woning nodig heeft; dat is zelden de gunstigste waarde uit de folder.

Op de meldcodelijst warmtepompen van RVO staat per goedgekeurd toestel het subsidiebedrag (geraadpleegd 2 september 2026); hoe die lijst werkt, staat op de meldcode. Die lijst is bedoeld voor de subsidie en is geen rendementsvergelijker: gebruik hem om te controleren of uw toestel in aanmerking komt, niet om SCOP's naast elkaar te leggen.

Nog iets wat u niet in de folder vindt maar wel wilt weten: onze eigen berekening gebruikt uw COP-getal niet. De NTA 8800 kent twee routes voor het opwekkingsrendement van een warmtepomp — één met meetwaarden conform NEN-EN 14511 of NEN-EN 14825, en één met forfaitaire rekenwaarden. Onze check volgt de tweede, de route van de basisopname: wij vragen het type opwekker en de systeemkenmerken uit en laten de norm daar het rendement bij bepalen. Dat maakt de uitkomst conservatief en navolgbaar, en het is een indicatie en geen geregistreerd energielabel — dat kan alleen een gecertificeerd energieprestatie-adviseur vaststellen. Hoe wij rekenen staat op over de berekening.

Veelgestelde vragen

Is een hogere SCOP altijd beter?

Niet automatisch, want een SCOP hoort altijd bij een testconditie. De opgaven die fabrikanten publiceren, worden gemeten bij stookseizoen “A” en een lage aanvoertemperatuur van 35 °C. Draait uw installatie straks op 50 of 55 °C omdat de radiatoren dat vragen, dan haalt geen enkel toestel die waarde. Vergelijk dus alleen opgaven bij dezelfde conditie, en kies de conditie die bij úw afgiftesysteem past. Een half graadje lagere aanvoertemperatuur levert in de praktijk vaak meer op dan een toestel met een mooiere SCOP op papier.

Wat is het verschil tussen SCOP en SPF?

De SCOP gaat over het apparaat, de SPF over de installatie. ISSO stelt dat de definities uit NEN-EN 14825 gericht zijn op apparaten en niet op systemen: in de COP en de SCOP zitten wel de pompen van verdamper en condensor, maar niet de transportpompen van het achterliggende cv-circuit en niet een elektrisch bijverwarmingselement. De SPF is simpelweg de geleverde energie per jaar gedeeld door de energie die daarvoor nodig was, over het hele systeem. Dat is de maat die het dichtst bij uw eigen jaarafrekening ligt — en meteen de reden dat u hem zelden in een folder tegenkomt.

Telt de COP van mijn warmtepomp mee in mijn energielabel?

Indirect, en anders dan de meeste mensen verwachten. De NTA 8800 kent twee routes: met gemeten waarden conform NEN-EN 14511 of NEN-EN 14825, of met forfaitaire rekenwaarden. In de tweede route bepaalt de norm het rendement uit het type opwekker en de systeemkenmerken; het COP-getal uit de folder komt er niet in voor. Wel is er een drempel: tabel 9.28 legt vast welke minimale COP een toestel bij beproeving moet halen om als goed presterend te tellen, bijvoorbeeld 2,85 voor een lucht/water-toestel bij A7/W35. Onze eigen check volgt de forfaitaire route en levert een indicatie, geen geregistreerd energielabel.

Bekijk wat dit voor uw woning betekent

Vul uw adres in en zie binnen vijf minuten welk energielabel uw woning nu heeft, welke maatregelen er bij uw woning passen en wat ze opleveren. Gratis, zonder account.

U krijgt een indicatie volgens de NTA 8800-methode, geen geregistreerd energielabel.

Lees ook

Bronnen