Warmtepomp
Warmtepomp en geluid: welke eis geldt en hoe voorkomt u overlast?
Het geluid van een warmtepomp komt vrijwel altijd van de buitenunit, waar de ventilator en de compressor zitten. Voor die buitenunit geldt een wettelijke eis: ten hoogste 40 dB op de perceelgrens met het perceel van een andere woning. Of u die eis haalt, hangt vooral af van het toestel en van de opstelplek.
Laatst bijgewerkt:
Hoeveel geluid maakt een warmtepomp?
Dat verschilt sterk per toestel en per instelling, en het getal in de folder zegt weinig over wat u straks hoort. De bron is de buitenunit: daar zitten de ventilator die lucht aanzuigt en de compressor. Een binnenunit of warmtepompboiler maakt ook geluid, maar dat blijft binnen. Bepalend voor overlast is niet zozeer het toestel als wel waar het staat en hoe hard het moet werken.
Wij noemen hier bewust geen decibelgetal per toestel. De wettelijke eis gaat namelijk niet over het geluid van het apparaat maar over het geluid dat aankomt op de perceelgrens — een ander soort grootheid dan het geluidsvermogen dat een fabrikant op zijn productblad zet. Twee toestellen met dezelfde folderwaarde kunnen door hun plaatsing ver uiteenlopen op de meting die telt.
Hoe vaak het misgaat is wél onderzocht. In een onderzoek uit 2021, uitgevoerd door I&O Research in opdracht van Milieu Centraal onder 995 respondenten, gaf één op de zes warmtepompbezitters (16 %) aan 's nachts geluidoverlast te ervaren en één op de acht (12 %) overdag; bij 7 % van de eigenaren ervoeren de buren overlast. Dat is geen verwaarloosbaar aandeel en het is ook geen regel — het betekent dat de opstelplek een echte keuze is die u vooraf goed moet maken.
Welke geluidseis geldt er wettelijk voor een warmtepomp?
Een installatie voor warmte- of koudeopwekking die buiten de gevel staat — een warmtepomp-buitenunit dus, maar ook een airco — mag op de perceelgrens met het perceel van een andere woning ten hoogste 40 dB veroorzaken. Dat staat in artikel 4.107, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Hoe dat niveau berekend wordt, staat in bijlage XVII van de Omgevingsregeling.
- Eis op de perceelgrens
- De hoofdregel voor een buitenunit: het geluidsniveau dat de installatie veroorzaakt op de grens met het perceel van de buren, als daar een woning op staat.Ten hoogste 40 dB op de perceelgrens met een bouwwerkperceel voor een andere woonfunctie (Bbl art. 4.107, tweede lid)
- Eis bij twee woningen op één perceel
- Staan de woningen op hetzelfde bouwwerkperceel, dan is er geen perceelgrens om op te meten. De eis geldt dan bij het te openen raam of de deur van het verblijfsgebied van de buurwoning.Ten hoogste 40 dB ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde bouwwerkperceel (Bbl art. 4.108, derde lid)
- Geldt ook bij een bestaande woning
- Een buitenunit bij een bestaande woning plaatsen is verbouwen. Voor de andere geluidseisen kent het Bbl bij verbouw een versoepeling van 10 dB; voor déze eis uitdrukkelijk niet.Bij verbouwen geldt het prestatieniveau van art. 4.107, tweede lid, en art. 4.108, derde lid, onverkort (Bbl art. 5.14, tweede lid)
- Bedrijfstoestand bij de meting
- Er wordt niet gemeten bij een gunstige stand, maar bij het maximale toerental dat bij de gekozen instelling hoort. Heeft het toestel aparte instellingen voor dag en voor avond/nacht, dan worden die apart beschouwd.Maximale toerental bij de gekozen instelling; dagperiode 7:00–19:00 uur, avond- en nachtperiode 19:00–7:00 uur (Omgevingsregeling bijlage XVII, onderdeel 2)
- Correctie dagperiode
- De reden dat u elders “overdag 45 dB” leest. Het is geen tweede norm maar een correctie op de meetwaarde, en die geldt alléén als het toestel een afzonderlijke instelling heeft voor de avond- en nachtperiode.−5 dB op het in de dagperiode gemeten niveau, uitsluitend bij een toestel met een aparte avond-/nachtinstelling (bijlage XVII, onderdeel 3)
- Correctie tonaal geluid
- Brengt de unit een hoorbare toon voort — een piep of een brom — dan komt er een opslag bovenop het gemeten niveau. Een tonaal geluid is bij hetzelfde aantal decibel hinderlijker, en de regeling rekent dat mee.0 tot 6 dB in stappen van 1 dB, bepaald volgens NEN-ISO 1996-2:2017, annex J, tabel J.1 (bijlage XVII, onderdeel 4)
- Waar precies gemeten wordt
- Het meetpunt op de perceelgrens ligt vast; horizontaal wordt gezocht naar het ongunstigste punt, niet naar een gemiddelde.1,5 m boven maaiveld, horizontaal daar waar het hoogste invallende geluidsniveau optreedt; bij een unit op een dak of aan een gevel 1,5 m boven de onderkant van de installatie (bijlage XVII, onderdeel 5)
Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 4.107, tweede lid, artikel 4.108, derde lid, en artikel 5.14, eerste en tweede lid; geconsolideerde tekst van 1 januari 2026. Rekenregels: Omgevingsregeling, artikel 5.59 en bijlage XVII, onderdelen 1 tot en met 5; geconsolideerde tekst van 1 januari 2026.
Waarom leest u overal “45 dB overdag”?
Omdat vrijwel elke voorlichtingssite de rekenregel als tweede norm samenvat. Milieu Centraal, de GGD en de Consumentenbond schrijven alle drie: overdag maximaal 45 dB, 's avonds en 's nachts maximaal 40 dB. In de regelgeving staat die 45 nergens. De eis is 40 dB, en bijlage XVII onderdeel 3 zegt dat het overdag gemeten niveau met 5 dB verlaagd wordt vóór toetsing — maar alléén bij een toestel dat een afzonderlijke avond- en nachtinstelling heeft.
Het praktische verschil: heeft uw toestel geen aparte nachtstand, dan is er geen correctie en geldt 40 dB op de gemeten waarde, ook midden op de dag. Dat is precies andersom dan de vuistregel suggereert, en het is een van de weinige technische eigenschappen die u vóór de koop kunt controleren. Vraag de installateur dus niet alleen om het geluidsniveau, maar ook of het toestel een afzonderlijke avond-/nachtinstelling heeft.
Nog twee dingen die de meetregels bepalen. Er wordt gemeten aan het invallende geluidsniveau ter plaatse, over een periode van ten minste één minuut — niet aan het geluidsvermogen dat de fabrikant opgeeft. En de correctie voor tonaal geluid kan tot 6 dB oplopen: een unit die bromt of piept, verbruikt daarmee een groot deel van zijn marge. Wij zijn geen juridisch adviseur; wie een concrete beoordeling nodig heeft, laat de berekening volgens bijlage XVII maken door een akoestisch adviseur of legt de zaak voor aan de gemeente.
Wat bepaalt hoeveel geluid u hoort?
- Het vermogen en het toerental. Het geluid hangt samen met de capaciteit: hoe hoger het vermogen, hoe meer geluid (Milieu Centraal). Een toestel dat te ruim bemeten is, draait bovendien in korte start-stops in plaats van rustig op een laag toerental. Zie hoeveel kW heeft u nodig.
- De dag- of nachtstand. Een toestel met een afzonderlijke avond-/nachtinstelling draait 's nachts langzamer, en krijgt overdag bovendien de −5 dB-correctie uit de rekenregels.
- De opstelplek en de afstand. Geluid neemt af met de afstand tot de perceelgrens, en dat is de plek waar de eis wordt getoetst. Een unit tegen de erfafscheiding is een ander verhaal dan dezelfde unit midden op het perceel.
- Reflectie van harde vlakken. Een unit in een hoek tussen twee gevels of boven een volledig betegelde tuin kaatst zijn geluid terug de omgeving in. Planten en gras weerkaatsen minder dan betegeling (Consumentenbond).
- Ontdooicycli in de winter. Bij vorst moet een luchtwarmtepomp periodiek zijn buitenunit ontdooien, en dat gaat gepaard met extra geluid op momenten dat de omgeving juist stil is.
- Trillingen via de constructie. Een unit op een dak, aan een gevel of op een balkon kan zijn trillingen aan de constructie doorgeven. Dan hoort u het binnen, terwijl de meting buiten netjes aan de eis voldoet.
- Tonaliteit. Een brom of piep telt bij de toetsing zwaarder mee: de correctie voor tonaal geluid loopt op tot 6 dB. Dat de regeling die opslag kent, zegt genoeg over hoe een tonaal geluid bij hetzelfde aantal decibel ervaren wordt.
Hoe voorkomt u geluidsoverlast?
Het meeste werk zit vóór de plaatsing, niet erna. Een unit verplaatsen nadat de leidingen liggen is duur; hem meteen goed neerzetten kost niets extra.
- Laat de berekening maken vóór de opdracht. Vraag de installateur om te onderbouwen dat de gekozen opstelplek aan de eis van bijlage XVII voldoet. Dat is een berekening, geen inschatting, en zij hoort bij het ontwerp — niet bij een klacht achteraf.
- Kies een stil toestel met een nachtstand. Kijk in de documentatie naar het geluidsniveau en of er een afzonderlijke avond-/nachtinstelling of stille modus is. Dat laatste bepaalt bovendien of de −5 dB-correctie overdag van toepassing is.
- Kies de opstelplek bewust. Zet de buitenunit niet vlak bij een slaapkamerraam — van uzelf of van de buren (GGD Leefomgeving). Bij een tussenwoning adviseert Milieu Centraal het midden van de achtergevel, om de afstand tot beide buren zo groot mogelijk te maken. Ook de voortuin, het dak of de zijkant van het gebouw kunnen geschikt zijn.
- Laat trillingsdempers plaatsen. Zeker bij montage op een dak, aan een gevel of op een balkon: dempers onderbreken de weg waarlangs de trilling de constructie in loopt. Dit is een montagedetail, geen naderhand op te lossen probleem.
- Overweeg een geluidwerende omkasting. Een kast om de unit dempt, maar hij kost geld en de unit moet er zijn lucht nog doorheen krijgen. Vraag de installateur wat de omkasting met de luchtstroom en daarmee met het rendement doet vóórdat u hem bestelt.
- Kijk naar de omgeving van de unit. Beplanting en gras in plaats van een volledig betegeld vlak scheelt in de weerkaatsing. Een buffervat kan helpen doordat het toestel langer op een laag toerental draait (Consumentenbond).
- Praat vooraf met de buren. De GGD noemt dit expliciet als maatregel, en dat is het ook. Wie meedenkt over de plek, klaagt zelden over het resultaat.
En het geluid binnen?
Voor het geluid dat de installatie bínnen veroorzaakt geldt een aparte, strengere eis: ten hoogste 30 dB karakteristiek installatie-geluidsniveau, bepaald volgens NEN 5077, in een verblijfsgebied van een woning op een aangrenzend perceel (Bbl art. 4.107, eerste lid) of van een aangrenzende woning op hetzelfde perceel (art. 4.108, eerste lid). Die eis gaat dus over uw buren, niet over uw eigen woonkamer.
Hier zit precies de asymmetrie die de wetgever bewust heeft aangebracht. Bij verbouwen wordt voor déze binnen-eis een niveau van eisen gehanteerd dat 10 dB lager ligt (Bbl art. 5.14, eerste lid) — een versoepeling dus. Voor de buitenunit-eis van 40 dB geldt die versoepeling uitdrukkelijk níét (art. 5.14, tweede lid). Wie een buitenunit bij een bestaande woning plaatst, krijgt geen korting op de eis.
Praktisch: de binnenunit en een eventueel voorraadvat maken een zacht, laagfrequent geluid. Zet ze bij voorkeur niet tegen een slaapkamerwand of een woningscheidende wand, en laat ze trillingsvrij monteren. In een appartement of bij een gedeeld dak komt daar toestemming van de VvE bij — en dan is de geluidsonderbouwing meteen het argument waarmee u die aanvraag onderbouwt. Wat een warmtepomp verder van uw woning vraagt, staat op is mijn huis geschikt voor een warmtepomp.
Veelgestelde vragen
Geldt de geluidseis ook voor mijn bestaande warmtepomp?
De eis hangt aan het bouwen en verbouwen, dus aan het moment waarop de buitenunit geplaatst wordt. Artikel 5.14, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaalt dat bij het verbouwen van een bouwwerk het prestatieniveau van de artikelen 4.107, tweede lid, en 4.108, derde lid, geldt — zonder de versoepeling van 10 dB die bij verbouw voor de andere geluidseisen wél bestaat. Een unit plaatsen bij een bestaande woning is verbouwen, dus de 40 dB-eis geldt daarbij onverkort. Wordt een bestaande unit vervangen of verplaatst, dan is dat opnieuw een verbouwing. Wij zijn geen juridisch adviseur: hoe een eis uitpakt voor een unit die er al stond vóórdat hij ging gelden, is een vraag voor de gemeente of een jurist.
Hoeveel decibel maakt een warmtepomp?
Wij noemen daar geen getal bij, en dat is geen ontwijking. De eis in de regelgeving gaat over het invallende geluidsniveau op de perceelgrens — dus over wat er bij de buren aankomt — en niet over het geluidsvermogen dat op het productblad staat. Dat zijn twee verschillende grootheden, en de afstand, de opstelplek en de weerkaatsing zitten ertussen. Het getal dat telt is de uitkomst van de berekening volgens bijlage XVII van de Omgevingsregeling voor úw opstelplek. Vraag die berekening op vóór u tekent.
Is een bodemwarmtepomp stiller dan een luchtwarmtepomp?
Ja, en het verschil is principieel in plaats van gradueel: een bodemwarmtepomp heeft geen buitenunit met een ventilator, omdat de warmte uit een geboorde bodemlus komt. De geluidsbron staat binnen, waar hij met een doordachte opstelplek en trillingsvrije montage goed te beheersen is. Daar staat tegenover dat er geboord moet worden, dat dat niet overal is toegestaan en dat de investering hoger ligt. De afweging staat op lucht/water of bodem.
Bekijk wat dit voor uw woning betekent
Vul uw adres in en zie binnen vijf minuten welk energielabel uw woning nu heeft, welke maatregelen er bij uw woning passen en wat ze opleveren. Gratis, zonder account.
U krijgt een indicatie volgens de NTA 8800-methode, geen geregistreerd energielabel.
Lees ook
Bronnen
- Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 4.107, artikel 4.108 en artikel 5.14 — de geluidseisen voor bouwwerkinstallaties en hun toepassing bij verbouw; geconsolideerde tekst van 1 januari 2026 — geraadpleegd
- Omgevingsregeling, artikel 5.59 en bijlage XVII — de rekenregels achter de geluidseis: bedrijfstoestand, correcties voor dagperiode en tonaliteit, en het meetpunt; geconsolideerde tekst van 1 januari 2026 — geraadpleegd
- Milieu Centraal — Warmtepomp: tips en uitleg (geluid hangt samen met het vermogen; plaatsingsadvies tussenwoning) — geraadpleegd
- Milieu Centraal — Warmtepomp-ervaringen: hoe tevreden zijn mensen ermee? (onderzoek I&O Research, 2021, n = 995: 16 % 's nachts, 12 % overdag, 7 % bij de buren) — geraadpleegd
- GGD Leefomgeving — Voorkom geluidhinder door je warmtepomp (plaatsing, burenoverleg) — geraadpleegd
- Consumentenbond — Geluid warmtepomp: tips om overlast te voorkomen (bijgewerkt 3 oktober 2024) — geraadpleegd