Start de checkStart check

Energielabel

Energielabel verbeteren: welke maatregelen leveren écht een labelsprong op?

Uw energielabel verbeteren betekent één ding: het primair fossiel energiegebruik van uw woning omlaag brengen — het getal dat in de rekenmethode NTA 8800 EP2 heet. Isolatie verkleint de warmtevraag, een zuinigere installatie verlaagt het verlies bij de opwekking, en eigen opwek gaat er rechtstreeks vanaf. Zakt uw EP2 onder de grens van de volgende klasse, dan verspringt het label.

Laatst bijgewerkt:

Kerncijfers
Het voordeligste pakket naar label A in onze doorgerekende referentiewoningSpouwmuurisolatie + Vloerisolatie + Zonnepanelen + Zonneboiler voor warm water — het voordeligste pakket van label C naar label A, vanuit de vastgelegde C-stand van de voorbeeldwoning: een rijtussenwoning uit 1965–1974 van 115 m² (dubbel glas en een HR-ketel, verder ongeïsoleerd)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op de voorbeeldwoning: de rijtussenwoning 1965–1974 uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — één van de vijf bandwoningen, hier als uitgeschreven voorbeeld omdat deze uitspraak zich niet als bandbreedte laat tonen: bij een labelsprong verschilt over meerdere woningen niet alleen het bedrag maar de samenstelling van het pakket, en een toestel dat maar in één van de woningen binnen ons kostenkental past levert een band van één op. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woning, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoerset, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. Het label is onze eigen berekende uitkomst en geen geregistreerd energielabel: de RVO-bron kent per voorbeeldwoning bewust geen referentielabel toe.
Wat dat pakket met het energiegebruik doetvan label C naar label A: EP2 248,8 → 154,3 kWh/m² per jaar, vanuit de vastgelegde C-stand van de voorbeeldwoning: een rijtussenwoning uit 1965–1974 van 115 m² (dubbel glas en een HR-ketel, verder ongeïsoleerd) (indicatie, geen geregistreerd label)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op de voorbeeldwoning: de rijtussenwoning 1965–1974 uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — één van de vijf bandwoningen, hier als uitgeschreven voorbeeld omdat deze uitspraak zich niet als bandbreedte laat tonen: bij een labelsprong verschilt over meerdere woningen niet alleen het bedrag maar de samenstelling van het pakket, en een toestel dat maar in één van de woningen binnen ons kostenkental past levert een band van één op. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woning, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoerset, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. Het label is onze eigen berekende uitkomst en geen geregistreerd energielabel: de RVO-bron kent per voorbeeldwoning bewust geen referentielabel toe.
Uitvoeringskosten van dat pakket€ 8.050–13.450 voor het pakket van label C naar label A, vanuit de vastgelegde C-stand van de voorbeeldwoning: een rijtussenwoning uit 1965–1974 van 115 m² (dubbel glas en een HR-ketel, verder ongeïsoleerd) — vóór aftrek van subsidie (indicatie, incl. btw)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op de voorbeeldwoning: de rijtussenwoning 1965–1974 uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — één van de vijf bandwoningen, hier als uitgeschreven voorbeeld omdat deze uitspraak zich niet als bandbreedte laat tonen: bij een labelsprong verschilt over meerdere woningen niet alleen het bedrag maar de samenstelling van het pakket, en een toestel dat maar in één van de woningen binnen ons kostenkental past levert een band van één op. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woning, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoerset, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. Het label is onze eigen berekende uitkomst en geen geregistreerd energielabel: de RVO-bron kent per voorbeeldwoning bewust geen referentielabel toe.
Geraamde ISDE voor dat pakket€ 1.650–2.750 ISDE voor het pakket van label C naar label A, vanuit de vastgelegde C-stand van de voorbeeldwoning: een rijtussenwoning uit 1965–1974 van 115 m² (dubbel glas en een HR-ketel, verder ongeïsoleerd) — geraamd op de geschatte oppervlakken van deze woning (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op de voorbeeldwoning: de rijtussenwoning 1965–1974 uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — één van de vijf bandwoningen, hier als uitgeschreven voorbeeld omdat deze uitspraak zich niet als bandbreedte laat tonen: bij een labelsprong verschilt over meerdere woningen niet alleen het bedrag maar de samenstelling van het pakket, en een toestel dat maar in één van de woningen binnen ons kostenkental past levert een band van één op. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woning, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoerset, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. Het label is onze eigen berekende uitkomst en geen geregistreerd energielabel: de RVO-bron kent per voorbeeldwoning bewust geen referentielabel toe.
Vier losse besparingen opgeteld, tegenover één integrale doorrekening€ 900–1.550 per jaar als u de vier losse besparingen van spouw, dak, vloer en HR++-glas optelt, tegen € 800–1.450 per jaar als hetzelfde pakket in één keer wordt doorgerekend — de optelsom zit er circa 9 % naast bij de voorbeeldwoning: een rijtussenwoning uit 1965–1974 van 115 m² (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op de voorbeeldwoning: de rijtussenwoning 1965–1974 uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — één van de vijf bandwoningen, hier als uitgeschreven voorbeeld omdat deze uitspraak zich niet als bandbreedte laat tonen: bij een labelsprong verschilt over meerdere woningen niet alleen het bedrag maar de samenstelling van het pakket, en een toestel dat maar in één van de woningen binnen ons kostenkental past levert een band van één op. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woning, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoerset, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier.

Indicatieve bedragen, geen offerte. Peildatum: .

Wat betekent “uw energielabel verbeteren” eigenlijk?

Uw energielabel verbeteren betekent het primair fossiel energiegebruik van uw woning omlaag brengen. Dat getal heet EP2 en wordt uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Elke labelklasse is niets anders dan een bandbreedte van EP2-waarden, en die banden liggen vast in regelgeving. Zakt uw EP2 onder de grens van de volgende klasse, dan verschuift het label — of u nu isoleert, uw ketel vervangt of zonnepanelen legt.

Dat maakt verbeteren een rekenkundige vraag en geen kwestie van gevoel. De labelklassen voor woningen zien er zo uit; de tabel komt rechtstreeks uit de inijking waarmee onze rekenkern het label bepaalt.

EnergielabelPrimair fossiel energiegebruik (EP2, kWh/m² per jaar)
A++++0
A+++t/m 50
A++50 – 75
A+75 – 105
A105 – 160
B160 – 190
C190 – 250
D250 – 290
E290 – 335
F335 – 380
G> 380

Bron: bijlage I, tabel 1 bij artikel 2, derde lid, van de Regeling energieprestatie gebouwen (Stcrt. 2020, 57490).

Onze berekening plaatst een woning als indicatie op deze schaal; een geregistreerd energielabel komt van een gecertificeerde energieadviseur.

Let op wat u in die tabel ziet staan: geen puntwaarden maar bereiken. Dat heeft gevolgen voor uw eigen plan, en daar gaat de volgende sectie over. Wat de klassen als geheel betekenen en wie een label mag vaststellen, staat op energielabel woning.

EP2 is niet uw meterstand

De norm rekent uw gas- en stroomgebruik om naar primaire energie met vaste factoren. Eén kilowattuur aardgas telt als één kilowattuur primair fossiel, één kilowattuur elektriciteit als 1,45, en één kilowattuur warmte uit een warmtenet zonder netspecifieke kwaliteitsverklaring als 0,9. Bovendien rekent de norm met een genormeerd huishouden en niet met uw eigen stookgedrag. Twee identieke woningen krijgen daarom hetzelfde label, ook als de ene bewoner de thermostaat op 18 °C zet en de andere op 22 °C.

EP2 — primair fossiel energiegebruik
Het getal dat het energielabel van een woning bepaalt: hoeveel fossiele energie er per vierkante meter per jaar nodig is om de woning te verwarmen, warm water te maken, te koelen en de installaties te laten draaien.kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar; hoe lager, hoe beter het label
Primaire energiefactor elektriciteit
De omrekenfactor waarmee de norm aan het gebouw geleverde stroom naar primair fossiel energiegebruik omrekent.1,45
Primaire energiefactor aardgas
Dezelfde omrekenfactor voor aan het gebouw geleverd aardgas.1,0
Primaire energiefactor warmtelevering
Voor warmte uit een warmtenet waarvoor geen kwaliteitsverklaring volgens bijlage P beschikbaar is.0,9

(Bron: NTA 8800:2025+C1:2026, § 5.5.5, tabel 5.2, pdf-pagina 94–95; op de pdf geverifieerd op 6 september 2026.)

Het verschil tussen 1,45 en 1,0 verklaart veel van wat er verderop op deze pagina staat. Een kilowattuur stroom weegt in het label bijna anderhalf keer zo zwaar als een kilowattuur gas. Daarom scoort elektrisch verwarmen met radiatoren of infraroodpanelen slecht: één kilowattuur stroom levert één kilowattuur warmte en telt als 1,45. En daarom scoort een warmtepomp juist goed: die maakt van één kilowattuur stroom méérdere kilowatturen warmte. Hoeveel precies, bepaalt de norm zelf uit het type toestel en het afgiftesysteem — niet uit het COP-getal in de folder. Dat staat uitgelegd op COP en SCOP van een warmtepomp.

Hoeveel moet uw energiegebruik omlaag voor een labelsprong?

Dat hangt af van waar ú binnen uw huidige klasse staat, en dat is geen ontwijkend antwoord maar de kern van de zaak. Een labelklasse is een band en geen punt: twee woningen met precies hetzelfde label kunnen bijna een hele klasse uit elkaar liggen. Daarom kan dezelfde maatregel bij de ene woning een sprong opleveren en bij de andere net niet.

Dit is het punt dat op de meeste pagina's over dit onderwerp ontbreekt. Wie alleen zijn letter kent, weet niet hoeveel er af moet — daarvoor hebt u het EP2-getal nodig, niet alleen de klasse. Zit u net binnen uw klasse, dan kan één stevige maatregel genoeg zijn. Zit u onderaan diezelfde klasse, dan is er beduidend meer nodig voor dezelfde stap.

Voor twee veelgevraagde stappen hebben we het pakket helemaal doorgerekend, inclusief de afstand in EP2 en het bijbehorende maatregelpakket: van energielabel E naar C en van energielabel D naar B. Wilt u weten waar úw woning binnen de band staat, dan rekent onze gratis check het EP2-getal voor u uit — als indicatie, niet als geregistreerd label.

Welke maatregelen verbeteren het energielabel?

Elke maatregel die de warmtevraag van de woning verkleint (isolatie, beter glas), die de warmte efficiënter opwekt (HR-ketel, warmtepomp, warmtepompboiler) of die zelf energie opwekt (zonnepanelen, PVT-panelen, zonneboiler) verlaagt de EP2 en kan dus het label verbeteren. Onze rekenkern rekent op dit moment dertien van die maatregelen volledig door — elk als een échte herberekening van de woning volgens NTA 8800, niet als vuistregel of vaste besparingsfactor.

Ze vallen in drie groepen, en die groepen doen iets wezenlijk anders. De schil (gevel, dak, vloer, glas) verkleint de hoeveelheid warmte die u nodig hebt. De installatie bepaalt hoeveel energie het kost om díé warmte te maken. Eigen opwek verandert aan geen van beide iets, maar wordt van het primair fossiel energiegebruik afgetrokken. In het label tellen ze alle drie mee; in uw comfort en op uw gasrekening niet.

Wat onze rekenkern ermee doet
SpouwmuurisolatieEen bestaande, lege spouw wordt gevuld; de berekening gaat verder met een gevulde spouw en de bijbehorende isolatiewaarde.
Gevelisolatie (binnen- of buitenzijde)Voor een massieve gevel zonder spouw: een voorzetwand of buitengevelisolatie. Deze maatregel verschijnt alleen als er géén spouw is.
DakisolatieIsolatie aan de binnenzijde of tussen de balken van een hellend dak, of op een plat dak.
VloerisolatieIsolatie van de begane grondvloer, doorgaans via de kruipruimte.
HR++ glasHet glas wordt vervangen; de bestaande kozijnen blijven zitten.
Triple glasWordt bij ons doorgerekend inclusief nieuwe kozijnen. Dat is een aanname van ons, en zij bepaalt ook welk subsidietarief geldt.
HR-ketelVervangt een oude VR- of conventionele ketel. Verlaagt het verlies bij de opwekking, niet de warmtevraag zelf.
Hybride warmtepompEen warmtepomp naast de cv-ketel; de ketel springt bij op koude dagen en voor warm water.
Volledig elektrische warmtepomp (lucht/water)De gasketel gaat eruit; de warmtepomp neemt verwarming én warm water over.
Volledig elektrische bodemwarmtepompDezelfde stap, met een bodemboring als warmtebron in plaats van buitenlucht.
WarmtepompboilerMaakt warm tapwater met een warmtepomp in plaats van met een elektrisch element, en dus met minder stroom.
ZonnepanelenEigen opwek: de opgewekte stroom gaat van het primair fossiel energiegebruik af. Ze verlagen uw gasverbruik niet — ze maken stroom, geen warmte.
PVT-panelen (stroom én warmte)Dezelfde panelen maken stroom én vangen warmte op. In het label levert dat meestal minder op dan gewone panelen; de winst zit in het uitsparen van een buitenunit.
Zonneboiler voor warm waterEen zonnecollector die uw warme water voorverwarmt, zodat de ketel of warmtepomp minder hoeft te doen.

Wat kost elk van die maatregelen, en wat krijgt u eraan terug? Die twee helften staan per maatregel uitgewerkt op de kosten- en subsidiepagina's: woning isoleren voor de schil, warmtepomp voor de installatie en isolatiesubsidie voor de ISDE-bedragen per m². Alle bedragen daar zijn dezelfde kentallen waarmee onze check zelf rekent, en het zijn indicaties, geen offerte.

Wat wij vandaag níet doorrekenen: een douche-wtw en een energiezuiniger ventilatiesysteem. Beide verbeteren het label ook, maar zitten nog niet in onze maatregelberekening. Uw rapport benoemt ze wel als verbeterpunt, dan zonder doorgerekend effect of bedrag. Onze check vráágt wél naar zonnepanelen, het type paneel en een zonneboiler, dus eigen opwek die u al hebt telt gewoon mee in uw indicatie. Wat panelen in de norm precies doen, staat op zonnepanelen en het energielabel.

Welke maatregel levert bij ú het meeste op?

De maatregel die uw grootste verliespost aanpakt — en die verschilt per woning. Bij een ongeïsoleerde woning uit de jaren twintig is dat bijna altijd dak- of gevelisolatie; bij een woning uit de jaren negentig met spouw- en dakisolatie zit de winst in de installatie of in eigen opwek. Er bestaat dus geen ranglijst die voor elke woning klopt.

Wat wél te zeggen valt: het gaat om oppervlak maal verlies. Een groot vlak dat slecht isoleert, verliest veel warmte, en daar is dus veel te winnen. Een klein vlak dat al redelijk in orde is, levert weinig op hoeveel u er ook aan doet. Dat is ook de reden dat de tweede maatregel altijd minder oplevert dan de eerste — daarover gaat de volgende sectie.

De besparing per maatregel, doorgerekend voor een gemiddelde rijtjeswoning, staat op welke verduurzaming levert het meeste op. Wat u het snelst terugverdient is een andere vraag dan wat het meeste bespaart; die staat op terugverdientijd. En in welke volgorde u het beste begint, leest u op verduurzamen: waar begint u?.

Waarom u de besparingen van losse maatregelen niet mag optellen

Twee maatregelen samen besparen minder dan de som van beide afzonderlijk. Wie eerst het dak isoleert, verkleint daarmee de warmtevraag — en dus valt er voor de vloer, het glas of een nieuwe ketel daarna minder te besparen. Onze rekenkern lost dat op door élke combinatie integraal opnieuw door te rekenen in plaats van besparingen bij elkaar op te tellen.

Dat is geen rekenfout van anderen maar natuurkunde: de warmte die niet meer door het dak verdwijnt, kan daarna ook niet meer door de gevel verdwijnen. Elke maatregel bespaart op dezelfde warmtevraag, en die vraag wordt bij elke stap kleiner. Hoe meer maatregelen u combineert, hoe groter de overschatting van de optelsom wordt.

Hoe groot dat verschil is, hebben we voor onze eigen referentiewoning uitgerekend: de vier schilmaatregelen los bij elkaar opgeteld, tegenover diezelfde vier als één pakket in één doorrekening. Beide bedragen staan in de kerncijfers bovenaan deze pagina, met de woning erbij. Ze gelden voor het genormeerde energiegebruik van de NTA 8800 en niet voor uw eigen jaarnota.

Praktisch betekent dit twee dingen. Ten eerste: een besparingsoverzicht waarin maatregelen los naast elkaar staan, mag u niet bij elkaar optellen — u rekent zichzelf dan structureel rijk. Ten tweede: laat een pakket in één keer doorrekenen als u meerdere maatregelen overweegt. Dat doet ons rapport, en dat is ook de reden dat de bedragen daarin lager kunnen uitvallen dan wat u elders per maatregel leest.

Hoe ziet een doorgerekend verbeterpakket eruit?

Onze advieslaag zoekt niet de mooiste maatregel maar het goedkoopste pakket dat het doel-label haalt: zij rekent combinaties van de dertien maatregelen door en kiest die met de laagste nettokosten ná subsidie. De kerncijfers bovenaan tonen die uitkomst voor onze eigen referentiewoning, met het doel-label A. De samenstelling is leerzamer dan het bedrag.

Wat opvalt is wat er níet in zit. Geen warmtepomp, hoewel dat de maatregel is die de meeste mensen als eerste noemen. Voor déze woning leveren zonnepanelen per EP2-punt goedkoper labelwinst dan een hybride warmtepomp, bij vrijwel hetzelfde effect op het label — dus kiest de optimalisatie de panelen, naast twee isolatiemaatregelen. Dat komt mede doordat op zonnepanelen 0 % btw geldt en er geen ISDE-subsidie voor nodig is; wij rekenen hun opbrengst bovendien zónder saldering door, en dus voorzichtig.

En hier hoort meteen de kanttekening bij, want dit is precies waar een rekenkern ophoudt en u begint. Het goedkoopste pad naar een letter is niet automatisch het beste huis. Zonnepanelen verlagen uw stroomrekening en uw label, maar niet uw gasverbruik en niet uw tocht: uw woning wordt er geen graad behaaglijker van. Wie vooral comfort wil, kiest een ander pakket dan wie vooral een letter wil — en dat is een keuze die u maakt, niet de berekening.

De referentiewoning is een vastgelegde keuze: een rijtussenwoning uit de databijlage bij de RVO-Voorbeeldwoningen, met de afmetingen en installaties die in die bouwperiode het meest voorkomen. Welke woning het precies is en uit welke stand er gesprongen wordt, staat in de herkomstregel onder elk kerncijfer. Het volledige verhaal over de weg naar label A — wat er dan nog meer nodig is, en wanneer A niet realistisch is — staat op naar energielabel A.

Waarom adviseren wij eerst isoleren en pas daarna een warmtepomp?

Omdat het als harde regel in onze advieslaag staat, en niet als goedbedoeld advies. Een pakket met een volledig elektrische warmtepomp wordt alleen geadviseerd als de warmtevraag ná dat pakket op of onder een vaste drempel ligt. Zit de woning daarboven, dan blijft de warmtepomp wél zichtbaar als losse maatregel — mét waarschuwing — maar hij komt niet in een geadviseerd pakket.

Isoleer-eerst-drempel
De warmtevraag waaronder een volledig elektrische warmtepomp in ons advies pas in een maatregelpakket terechtkomt.100 kWh warmte per m² per jaar, gemeten ná het voorgestelde pakket
Vermogensgrens van ons kental
Een tweede filter: het vermogen dat de woning ná het pakket nog vraagt, moet binnen de toestelklasse vallen waarvoor onze kosten- en subsidiekentallen gelden. Daarbuiten beschrijven onze bedragen het toestel niet meer, en dan adviseren wij het pakket niet.

(Bron: de twee vaste adviesregels in onze eigen rekenkern; toegepast bij elke pakketberekening.)

Waarom die grens er is: in een slecht geïsoleerde woning kan een warmtepomp op papier de goedkoopste labelstap zijn, maar in de praktijk levert dat een te hoge aanvoertemperatuur, een groter en duurder toestel en een tegenvallend rendement op — en op koude dagen mogelijk onvoldoende warmte. Een advies dat zo'n pakket bovenaan zet, adviseert een verkeerde volgorde van werken. Dat wilden we niet, dus het staat als regel in de code in plaats van in een voetnoot. Wat dat voor een ongeïsoleerde woning betekent, leest u op een warmtepomp in een slecht geïsoleerd huis.

Er zit nog een reden onder, en die gaat over het rendement zelf. Een warmtepomp die op hoge temperatuur moet afgeven — bijvoorbeeld op oude radiatoren in een woning die nog niet geïsoleerd is — haalt een lagere jaarprestatie dan hetzelfde toestel in een goed geïsoleerde woning met lage aanvoertemperaturen. Isoleren verlaagt dus niet alleen uw warmtevraag, het maakt de warmtepomp die daarna komt ook zuiniger. Het verschil tussen de twee typen staat op hybride of volledig elektrisch.

Dit is iets anders dan de vraag in welke volgorde u úw maatregelen het beste plant — daar spelen ook uw budget, een geplande verbouwing en het moment waarop uw ketel aan vervanging toe is een rol in. Die beslislogica staat uitgeschreven op verduurzamen: waar begint u?.

Hoe ver moet u isoleren voordat het label meebeweegt?

Half isoleren telt in de berekening ook maar half. De norm rekent met de werkelijke isolatiewaarde van de constructie — de Rc voor dichte vlakken, de U-waarde voor glas en deuren — en niet met “wel of niet geïsoleerd”. Vijf centimeter in een dak levert dus een ander getal op dan vijftien, en dat verschil komt één op één in uw EP2 terecht.

Als richtpunt hanteert RVO streefwaarden per bouwdeel. Die staan ook op de isolatie-scorekaart in ons rapport, zodat u ziet hoe ver uw woning nog van het gewenste niveau af zit.

Streefwaarde dak
Isolatieniveau waarnaar RVO adviseert toe te werken bij dakisolatie.Rc 8 m²K/W
Streefwaarde gevel
Hetzelfde richtpunt voor een dichte gevel.Rc 6 m²K/W
Streefwaarde vloer
Hetzelfde richtpunt voor de begane grondvloer.Rc 3,5 m²K/W
Streefwaarde ramen
Het richtpunt voor glas, inclusief kozijn — in de praktijk triple glas.U 1,0 W/m²K

(Bron: RVO, “Standaard en streefwaarden voor woningisolatie”, geraadpleegd 29 augustus 2026.)

Twee nuchtere kanttekeningen daarbij. Ten eerste is een streefwaarde een streven en geen eis, en bij een bestaande woning lang niet altijd haalbaar: de dikte die voor de dakstreefwaarde nodig is, past zelden tussen bestaande dakbalken. Ten tweede liggen de subsidievoorwaarden lager dan de streefwaarden. U kunt dus ISDE krijgen voor isolatie die de streefwaarde niet haalt — dat is geen fout, maar het verklaart wel waarom “geïsoleerd volgens de subsidievoorwaarden” en “geïsoleerd op streefwaarde” twee verschillende dingen zijn. De eisen per maatregel staan op isolatiesubsidie.

Let daarbij op welke letter er staat. De subsidie stelt een eis aan de R_d van het materiaal dat u laat aanbrengen; het energielabel rekent met de R_c van de hele constructie, en voor glas met de U-waarde inclusief kozijn. Die twee werelden lopen niet gelijk op en zijn niet uitwisselbaar. Het verschil staat uitgelegd op Rc-waarde uitgelegd.

Onze eigen berekening rekent hier bewust de andere kant op. Weet u de isolatiedikte niet, dan gebruiken wij een conservatieve normwaarde die bij de bouwjaarklasse van uw woning hoort. De indicatie valt daardoor nooit té gunstig uit, en hoe meer u invult hoe scherper zij wordt. Hoe die keuzes werken, staat op over de berekening.

Hoeveel subsidie krijgt u, en waarom verandert dat uw keuze?

De ISDE geeft voor isolatie een vast bedrag per vierkante meter, en dat bedrag verdubbelt zodra u binnen de termijn van de regeling twee of meer typen isolatiemaatregelen laat uitvoeren — of één isolatiemaatregel combineert met een warmtepomp, zonneboiler of warmtenetaansluiting. Voor warmtepompen zelf geldt een bedrag per kilowatt van het gekozen toestel. Die verdubbeling is de belangrijkste knop die u zelf in handen hebt.

De bedragen per maatregel, met hun materiaaleis en hun minimum- en maximumoppervlak, staan op isolatiesubsidie; de verdubbelingsregel met haar termijn en terugwerkende kracht op twee maatregelen combineren; de voorwaarden waaraan u zelf moet voldoen — eigenaar-bewoner, uitvoering door een bedrijf, bouwjaar, en de regio's waar isolatiesubsidie via een andere regeling loopt — op ISDE-voorwaarden. Wij herhalen dat hier niet.

Subsidie bepaalt mee welk pakket het voordeligst is

Dit is het punt dat op deze pagina thuishoort, en dat u zelden ergens anders leest: de subsidie verandert niet alleen wat u betaalt, maar ook wélke maatregelen het voordeligste pakket bevat. Onze advieslaag rekent met de nettokosten ná subsidie, en de vergoeding verschilt sterk per maatregel — van een klein bedrag per m² tot een fors deel van de rekening. Een maatregel die bouwfysisch de grootste verliespost aanpakt, kan daardoor uit het voordeligste pakket vallen ten gunste van een maatregel die per label-punt minder kost.

In het doorgerekende pakket hierboven ziet u hetzelfde mechanisme van de andere kant: daar wint juist een maatregel zónder ISDE, omdat zij per EP2-punt goedkoper is dan de gesubsidieerde alternatieven. Wie alleen naar bouwfysica kijkt, of alleen naar het hoogste subsidiebedrag, komt dus op een ander — en meestal duurder — pakket uit. Dat is de reden dat wij pakketten doorrekenen in plaats van maatregelen te ranken.

Eén praktische aanvulling die vrijwel altijd loont: doe minstens twee isolatiemaatregelen, of combineer er één met een warmtepomp of zonneboiler. Dan verdubbelt de ISDE alle isolatiebedragen in uw aanvraag. Bij een maatregel met een hoog tarief per m² is dat het verschil tussen “interessant” en “duidelijk de moeite waard”.

Wat een labelsprong níet garandeert

Een berekende labelsprong is een berekening, geen belofte. Wij zijn er eerlijk over waar de grenzen zitten — dat is geen kleine letter maar de reden dat u deze cijfers kunt vertrouwen.

  • Onze uitkomst is een indicatie, geen geregistreerd energielabel. Alleen een gecertificeerd energieprestatie-adviseur kan een label vaststellen en registreren bij EP-Online. Onze berekening gebruikt dezelfde bepalingsmethode (NTA 8800, basisopname, forfaitaire waarden), maar is nergens geldig bij verkoop, verhuur of een labelplicht. Wat dat onderscheid inhoudt, staat op energielabel berekenen.
  • Uw eigen besparing kan afwijken. De norm rekent met genormeerd gebruik, niet met uw stookgedrag. Wie nu al zuinig stookt — kachel uit in de slaapkamers, trui aan — bespaart in euro's minder dan de berekening zegt, en wint in plaats daarvan comfort. Dat geldt voor élke labelberekening in Nederland, ook voor het geregistreerde label van een adviseur; wij zeggen het er alleen bij.
  • Subsidie is geen gegeven. De ISDE kent een jaarlijks subsidieplafond en wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst. Onze bedragen zijn een raming vóóraf, geen toezegging, en de voorwaarden kunnen wijzigen — controleer ze vóór uw aanvraag bij RVO.
  • Bij triple glas hangt de subsidie aan de kozijnen. Wij rekenen triple glas door alsof de kozijnen worden meevervangen, want dat is de gangbare uitvoering. Laat u de bestaande kozijnen zitten, dan valt de ISDE terug op het veel lagere tarief voor glas zonder nieuwe kozijnen, en verandert de rekensom aanzienlijk. Bespreek dit met uw glaszetter vóór u de opdracht geeft; de afweging staat op HR++ of triple glas.
  • De uitvoering bepaalt of de sprong er komt. Een spouw die niet volledig gevuld raakt, dakisolatie met koudebruggen of een warmtepomp die te hoog ingeregeld staat, halen het berekende resultaat niet. De berekening gaat uit van vakkundig uitgevoerd werk.
  • Elke woning is anders. De doorrekening op deze pagina geldt voor één beschreven referentiewoning. Uw gevel, dak, oriëntatie, bouwwijze en installatie geven een andere uitkomst — daarom rekenen wij liever uw eigen woning door dan een gemiddelde te tonen.
  • Wij zijn wel getoetst. Onze rekenkern is vergeleken met een echte, geregistreerde referentiewoning: de energiebehoefte (EP1) week daar 0,6 % af van de officieel geregistreerde waarde. Dat is één referentiecase en dus geen garantie dat elke woning even nauwkeurig uitkomt, maar wel het bewijs dat de rekenkern de norm nauwgezet volgt in plaats van een vuistregel toe te passen. Meer daarover op over de berekening.

Hoe weet u wat er in úw woning nodig is?

Door uw eigen woning door de berekening te halen in plaats van een gemiddelde te lezen. De check vraagt in ongeveer vijf minuten naar adres, bouwjaar, oppervlakte, isolatie, glas, verwarming, ventilatie en eigen opwek, en rekent daarmee uw indicatieve label uit — inclusief het EP2-getal waarmee u weet waar in de band uw woning staat. “Weet ik niet” mag bij elke vraag; de berekening valt dan terug op een conservatieve normwaarde.

De labelindicatie is gratis en zonder account. Wilt u daarnaast het volledige rapport — de maatregelenpakketten per doel-label, de kosten, de ISDE-raming per maatregel en de terugverdientijd, allemaal doorgerekend voor uw woning — dan vragen we uw e-mailadres. Ook dat rapport is gratis.

Wilt u eerst weten hoe die berekening werkt en wat een indicatie wel en niet is, dan leest u dat op energielabel berekenen. Gaat het u vooral om het rendement van een enkele maatregel, dan staat dat per maatregel op terugverdientijd.

Veelgestelde vragen

Verbetert mijn energielabel als ik alleen mijn cv-ketel vervang?

Meestal wel, maar bescheiden. Een nieuwe HR-ketel verkleint uw warmtevraag niet — het huis blijft even slecht of goed geïsoleerd — hij verlaagt alleen het verlies bij de opwekking. In een woning met een oude conventionele of VR-ketel kan dat één labelklasse schelen; komt u van een HR-ketel af die het nog doet, dan is het effect klein. Er is bovendien geen ISDE-subsidie voor een cv-ketel, terwijl er voor isolatie en warmtepompen wél een bijdrage is. Wat het in uw woning doet, rekent onze check door. Start de check.

Hoeveel verbetert een warmtepomp mijn energielabel?

Vaak fors, en de reden is de rekenmethode. Een warmtepomp maakt van één kilowattuur stroom meerdere kilowatturen warmte, en dat compenseert ruimschoots dat elektriciteit in de norm zwaarder weegt dan aardgas (factor 1,45 tegen 1,0). Hoeveel precies, bepaalt de norm zelf uit het type toestel en het afgiftesysteem — een toestel op oude radiatoren van 90/70 °C haalt een lagere jaarprestatie dan hetzelfde toestel op lage temperatuur. Daarom nemen wij een volledig elektrische warmtepomp pas in een geadviseerd pakket op als de woning ná dat pakket voldoende geïsoleerd is; hoe die regel werkt, staat hierboven. Zie ook hybride of volledig elektrisch.

Waarom staat de maatregel die ik verwachtte niet in mijn geadviseerde pakket?

Omdat ons advies het pakket kiest met de laagste nettokosten ná subsidie dat het doel-label haalt, en niet de maatregel met het grootste bouwfysische effect. Een maatregel met een hoge rekening en een lage vergoeding valt dan af tegen een maatregel die per label-punt minder kost — ook als de eerste uw grootste verliespost aanpakt. De maatregel verdwijnt daarmee niet uit uw rapport: hij blijft zichtbaar als losse maatregel, met zijn eigen kosten, subsidie en effect, zodat u zelf een ander pakket kunt samenstellen. Het goedkoopste pad en het pad dat u het prettigste huis oplevert, zijn niet altijd hetzelfde.

Waarom valt mijn indicatieve label lager uit dan ik had verwacht?

Meestal door drie dingen tegelijk. Onbekende gegevens worden conservatief ingevuld met een normwaarde die bij uw bouwjaarklasse hoort, zodat de indicatie nooit té gunstig uitvalt. Elektriciteit telt in de norm zwaarder dan gas (1,45 tegen 1,0), wat elektrisch verwarmen zwaar laat meewegen. En de norm rekent met een volledig verwarmde woning onder genormeerde omstandigheden, niet met uw eigen stookgedrag. Vult u meer concrete gegevens in — glastype, isolatiediktes, het ventilatiesysteem, de CW-klasse van uw ketel — dan wordt de indicatie scherper.

Bekijk wat dit voor uw woning betekent

Vul uw adres in en zie binnen vijf minuten welk energielabel uw woning nu heeft, welke maatregelen er bij uw woning passen en wat ze opleveren. Gratis, zonder account.

U krijgt een indicatie volgens de NTA 8800-methode, geen geregistreerd energielabel.

Lees ook

Bronnen