Woning verduurzamen
Welke verduurzaming levert het meeste op?
Dat hangt af van wat er in úw woning nog ontbreekt: het grootste vlak dat nu het slechtst isoleert, levert de meeste besparing op. In onze doorrekening van een referentiewoning met een ongevulde spouw is dat spouwmuurisolatie; vloer, dak en glas leveren minder op, in een volgorde die per woning verschilt.
Laatst bijgewerkt:
| Spouwmuurisolatie | € 450–1.450 per jaar (370–1.080 m³ gas) met 50–172 m² spouwmuurisolatie, over vijf RVO-voorbeeldwoningen van vóór 1975 — van tussenwoning tot vrijstaand, met spouw, dak en vloer nog ongeïsoleerd (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op vijf vastgelegde bandwoningen: de vier grondgebonden woningtypen uit 1965–1974 plus de rijtussenwoning uit 1946–1964, uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — samen circa 15 % van de woningvoorraad. De getoonde band is de spreiding van die vijf doorrekeningen en is nooit smaller dan ±25 % rond de middelste uitkomst. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woningen, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoersets, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. |
|---|---|
| Vloerisolatie | € 200–700 per jaar (180–530 m³ gas) met 32–88 m² vloerisolatie, over vijf RVO-voorbeeldwoningen van vóór 1975 — van tussenwoning tot vrijstaand, met spouw, dak en vloer nog ongeïsoleerd (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op vijf vastgelegde bandwoningen: de vier grondgebonden woningtypen uit 1965–1974 plus de rijtussenwoning uit 1946–1964, uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — samen circa 15 % van de woningvoorraad. De getoonde band is de spreiding van die vijf doorrekeningen en is nooit smaller dan ±25 % rond de middelste uitkomst. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woningen, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoersets, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. |
| Dakisolatie | € 200–650 per jaar (180–480 m³ gas) met 46–124 m² dakisolatie, over vijf RVO-voorbeeldwoningen van vóór 1975 — van tussenwoning tot vrijstaand, met spouw, dak en vloer nog ongeïsoleerd (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op vijf vastgelegde bandwoningen: de vier grondgebonden woningtypen uit 1965–1974 plus de rijtussenwoning uit 1946–1964, uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — samen circa 15 % van de woningvoorraad. De getoonde band is de spreiding van die vijf doorrekeningen en is nooit smaller dan ±25 % rond de middelste uitkomst. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woningen, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoersets, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. |
| HR++-glas | € 90–160 per jaar (70–130 m³ gas) met 20–29 m² HR++-glas in de bestaande kozijnen in plaats van dubbel glas, over vijf RVO-voorbeeldwoningen van vóór 1975 — van tussenwoning tot vrijstaand, met spouw, dak en vloer nog ongeïsoleerd (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op vijf vastgelegde bandwoningen: de vier grondgebonden woningtypen uit 1965–1974 plus de rijtussenwoning uit 1946–1964, uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — samen circa 15 % van de woningvoorraad. De getoonde band is de spreiding van die vijf doorrekeningen en is nooit smaller dan ±25 % rond de middelste uitkomst. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woningen, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoersets, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. |
| Triple glas (in plaats van HR++-glas) | € 100–180 per jaar (80–140 m³ gas) met 20–29 m² triple glas inclusief nieuwe kozijnen in plaats van dubbel glas, over vijf RVO-voorbeeldwoningen van vóór 1975 — van tussenwoning tot vrijstaand, met spouw, dak en vloer nog ongeïsoleerd (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op vijf vastgelegde bandwoningen: de vier grondgebonden woningtypen uit 1965–1974 plus de rijtussenwoning uit 1946–1964, uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — samen circa 15 % van de woningvoorraad. De getoonde band is de spreiding van die vijf doorrekeningen en is nooit smaller dan ±25 % rond de middelste uitkomst. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woningen, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoersets, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. |
| Optellen tegenover in één keer doorrekenen | € 900–1.550 per jaar als u de vier losse besparingen van spouw, dak, vloer en HR++-glas optelt, tegen € 800–1.450 per jaar als hetzelfde pakket in één keer wordt doorgerekend — de optelsom zit er circa 9 % naast bij de voorbeeldwoning: een rijtussenwoning uit 1965–1974 van 115 m² (indicatie)Eigen doorrekening met de rekenkern van de check op de voorbeeldwoning: de rijtussenwoning 1965–1974 uit de RVO-Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, kolom “huidig”) — één van de vijf bandwoningen, hier als uitgeschreven voorbeeld omdat deze uitspraak zich niet als bandbreedte laat tonen: bij een labelsprong verschilt over meerdere woningen niet alleen het bedrag maar de samenstelling van het pakket, en een toestel dat maar in één van de woningen binnen ons kostenkental past levert een band van één op. Gerekend met genormeerd gebruik en de energieprijzen waarmee de check zelf rekent — een indicatie voor déze woning, geen voorspelling van uw meterstand of energienota. De volledige invoerset, alle tussenstanden en de aannames staan in ons referentiewoningdossier. |
Indicatieve bedragen, geen offerte. Peildatum: .
Welke verduurzaming levert het meeste op?
De vraag is beter te stellen als: welk vlak van úw woning laat op dit moment de meeste warmte door? Dat is bijna altijd het grootste vlak dat het slechtst isoleert — een ongevulde spouwmuur, een onbehandeld dak, een vloer zonder isolatie. Hieronder staat per maatregel de jaarlijkse besparing, doorgerekend voor één referentiewoning, zodat u de ordes van grootte naast elkaar ziet.
Een algemene ranglijst van maatregelen bestaat niet, en lijstjes die er wel een geven, gaan over een ander huis dan het uwe. Dezelfde spouwmuurisolatie levert in een woning met een lege spouw veel op en in een woning waar de spouw al gevuld is vrijwel niets. Twee dingen bepalen de opbrengst: hoe groot het vlak is, en hoe slecht het nu isoleert. Alles wat daarna komt — merk, materiaal, uitvoerder — is detail vergeleken bij die twee.
Wat wij daar wél tegenover kunnen zetten, is één woning die volledig is doorgerekend. De cijfers hieronder komen uit onze eigen rekenkern — dezelfde die achter de check zit — toegepast op een vastgelegde referentiewoning: een rijtussenwoning uit de jaren zestig of zeventig met een ongevulde spouw, een vrijwel ongeïsoleerde vloer en dubbel glas. Elke maatregel is apart doorgerekend: dezelfde woning één keer met en één keer zonder die maatregel, en het verschil in energiegebruik omgerekend tegen de energieprijzen waarmee de check rekent. Hoe die rekenmethode werkt, staat op over de berekening.
Wat levert elke maatregel per jaar op?
De kerncijfers hierboven geven per maatregel de jaarlijkse besparing als bandbreedte, met de woning en het oppervlak waarop die band rust in dezelfde zin. Naast het bedrag staat de hoeveelheid gas, want dat is wat er werkelijk bespaard wordt; het bedrag volgt daaruit via één vaste rekenprijs. De volgorde in het blok is dezelfde als op onze terugverdientijdpagina's, zodat u opbrengst en rendement naast elkaar kunt leggen.
Waarom er een bandbreedte staat en geen bedrag
Een besparing is geen prijskaartje maar de uitkomst van een berekening, en die berekening rust op aannames: de afmetingen van deze woning, de isolatiewaarden die volgens de norm bij haar bouwjaar horen, en genormeerd gebruik. Dat laatste betekent dat er met een vast stookgedrag gerekend wordt en niet met het uwe — twee identieke woningen met verschillende bewoners verbruiken in werkelijkheid uiteenlopende hoeveelheden gas. De band zegt daarom: dit is de orde van grootte, niet uw bedrag op de euro.
Waarom in déze woning de spouw bovenaan eindigt
De spouwmuur is hier het grootste aaneengesloten vlak én hij is ongevuld: veel oppervlak maal veel verlies, tegen de laagste prijs per vierkante meter van de vijf. Dat de vloer in deze doorrekening bóven het dak eindigt, komt van dezelfde regel maar dan van de andere kant: de begane grondvloer boven de kruipruimte is in deze bouwperiode vrijwel niet geïsoleerd, terwijl er in het dak destijds al iets van isolatie ging. In veel andere woningen ligt dat precies omgekeerd. Het mechanisme is dus telkens hetzelfde — het slechtst isolerende grote vlak levert het meeste op — maar wélke maatregel daarmee bovenaan eindigt, hangt aan de uitgangssituatie van úw woning.
HR++-glas en triple glas zijn twee versies van dezelfde ingreep
De twee glasregels in het blok tellen niet bij elkaar op: het gaat om hetzelfde glasoppervlak, dat u vervangt door HR++-glas in de bestaande kozijnen óf door triple glas in nieuwe kozijnen. Triple glas isoleert beter en bespaart daarom meer, maar het is met die nieuwe kozijnen erbij ook veruit de duurste ingreep van de vijf. Wanneer welke van de twee verstandig is, staat op HR++ of triple glas.
Waar onze cijfers en die van Milieu Centraal uiteenlopen
Milieu Centraal is op deze vraag de bekendste onafhankelijke bron, en wij hebben onze doorrekening ertegen gelegd (peildatum 6 september 2026). Op twee punten zijn we het eens: spouwmuurisolatie verdient zichzelf het snelst terug en glas het traagst. Over de jaarlijkse besparing lopen we uiteen. Per vierkante meter rekenen wij voor de vloer fors méér besparing dan zij en voor het dak minder; in hun tabellen eindigt dakisolatie daardoor bovenaan en bij ons spouwmuurisolatie. Dat verschil is groter dan de bandbreedte die wij tonen, en wij hebben het niet weggepoetst.
Er zijn twee aanwijsbare oorzaken, en geen van beide maakt de ander fout. De eerste is het vertrekpunt: wij rekenen met de vaste uitgangswaarden die de labelmethode aan een bouwjaar toekent, en die zetten een ongeïsoleerde vloer boven een kruipruimte als bijzonder slecht neer, terwijl Milieu Centraal van een gemiddelde vertreksituatie en van andere woningtypen uitgaat. De tweede is de meetkunde: wij schatten het geveloppervlak uit gebruiksoppervlakte, woonlagen en woningtype, en voor deze woning valt die schatting ruimer uit dan de gemeten waarde in het bronbestand — dat tilt de spouw bij ons omhoog. Beide staan in ons referentiewoningdossier. Het is dus een verschil in methode en uitgangswoning, en de reden om onze rangorde te lezen als de uitkomst van déze doorrekening in plaats van als een algemene waarheid.
Waarom mag u deze bedragen niet bij elkaar optellen?
Omdat elke maatregel op dezelfde warmtevraag bespaart. Vult u eerst de spouw, dan is er daarna minder warmte over die door het dak, de vloer en de ramen naar buiten kan — de tweede maatregel levert dus minder op dan wanneer u hem als enige zou nemen. Het laatste kerncijfer hierboven laat zien hoeveel de optelsom er in deze woning naast zit: het is het verschil tussen vier losse doorrekeningen en één doorrekening van hetzelfde pakket. De volledige uitleg, inclusief wat dit met een labelsprong doet, staat op energielabel verbeteren.
Levert de grootste besparing ook het snelste rendement?
Nee, en dat is het belangrijkste voorbehoud bij de lijst hierboven. Een besparing per jaar is maar de helft van de som; de andere helft is wat de maatregel kost. Dakisolatie bespaart in deze woning ongeveer evenveel als vloerisolatie maar is een veelvoud duurder om te laten uitvoeren, en triple glas staat in het blok boven HR++-glas terwijl het inclusief kozijnen de duurste ingreep van de vijf is. Wie op rendement wil kiezen in plaats van op opbrengst, moet dus naar de terugverdientijd kijken.
Die staat per maatregel uitgerekend op terugverdientijd van verduurzamen — met dezelfde woning, dezelfde prijzen en dezelfde subsidiebedragen als hier, en daar telt de ISDE wél mee, want subsidie verlaagt de investering en laat de besparing ongemoeid. Wat de maatregelen zelf kosten, staat bij kosten van verduurzamen.
En er zijn redenen die buiten de rekensom vallen. Een koude vloer of een slaapkamer onder een onbehandeld dak wordt niet gemeten in euro's, maar het is wel waarom veel mensen aan die maatregel beginnen. Comfort staat in geen enkele van onze tabellen en is voor een deel van de lezers het hele antwoord.
Bepaalt de opbrengst ook de volgorde?
Niet in haar eentje. Opbrengst is één van de dingen die de eerste stap bepalen; de andere zijn koppelkansen (er wordt tóch al aan dat deel van het huis gewerkt), de leeftijd van uw cv-ketel, en de subsidieregels — de ISDE verdubbelt het bedrag per isolatiemaatregel als u er binnen 24 maanden twee of meer laat uitvoeren, waardoor twee kleinere maatregelen samen soms boven één grote uitkomen.
Hoe u die afweging maakt, staat uitgeschreven op waar begint u met verduurzamen; de route over meerdere jaren op stappenplan verduurzamen, en de verdubbelingsregel met haar voorwaarden op twee maatregelen: dubbele subsidie. Wij herhalen die beslislogica hier bewust niet: deze pagina beantwoordt wat een maatregel oplevert, niet wanneer u hem doet.
Wat levert het meeste op in úw woning?
De lijst hierboven hoort bij één doorgerekende woning met een ongevulde spouw, een ongeïsoleerde vloer en dubbel glas. Zit uw spouw al vol of ligt er al isolatie onder de vloer, dan schuift de rangorde en valt de winst van die maatregel grotendeels weg. Onze check vraagt per vlak wat er ligt — “weet ik niet” is overal een geldig antwoord, en levert dan de voorzichtige normwaarde bij uw bouwjaar op — en rekent daarna uw eigen woning door met precies dezelfde kentallen als deze pagina.
Wat u terugkrijgt is een indicatie van uw energielabel volgens de NTA 8800-methode, plus het goedkoopste pakket maatregelen naar een hoger label met indicatieve kosten en subsidie. Dat is nadrukkelijk geen geregistreerd energielabel; dat kan alleen een gecertificeerd energieprestatie-adviseur vaststellen. Wat dat onderscheid precies inhoudt, leest u op energielabel berekenen.
Veelgestelde vragen
Levert isolatie meer op dan een warmtepomp?
Dat zijn twee verschillende soorten winst. Isolatie verlaagt de warmtevraag van uw woning blijvend en daarmee uw gasverbruik; een warmtepomp verlaagt die vraag niet maar verandert waarmee u hem invult — minder gas, meer stroom. Of dat op de energierekening gunstig uitpakt, hangt af van de verhouding tussen de gas- en de stroomprijs en van hoe goed uw woning al geïsoleerd is. In onze doorrekening houden de gasbesparing en de extra stroomkosten van een hybride warmtepomp elkaar in een matig geïsoleerde woning bij de huidige prijzen vrijwel in evenwicht; ná isolatie ziet die som er anders uit. Dat is ook de reden dat wij isoleren vóór installeren adviseren. Wat een warmtepomp met uw verbruik doet, staat op warmtepomp stroomverbruik.
Mijn spouw is al gevuld en ik heb dubbel glas. Wat levert dan nog het meeste op?
Dan verschuift de vraag naar wat er nog wél open ligt — meestal de vloer, het dak of het glas. De vuistregel blijft dezelfde: het grootste vlak dat nu het slechtst isoleert, levert het meeste op. De bedragen worden alleen kleiner naarmate uw woning al beter geïsoleerd is, want elke volgende maatregel bespaart op een warmtevraag die de vorige al verlaagd heeft. Onze cijfers hierboven gaan uit van een woning waar nog niets is gedaan en vormen dus de bovenkant van wat er te halen valt; wat er in uw situatie overblijft, rekent de check per vlak door.
Leveren zonnepanelen meer op dan isolatie?
Ze leveren iets anders op. Zonnepanelen produceren stroom en verlagen uw warmtevraag niet, terwijl verwarming in de meeste woningen de grootste energiepost is — ze vervangen isolatie dus niet. Wij tonen voor zonnepanelen bewust geen besparingsbedrag: daarvoor hebben wij nog geen kental met een gecontroleerde bron, en de opbrengst hangt sterk af van dakvlak, oriëntatie en hellingshoek. Voor het energielabel tellen panelen wel degelijk mee, omdat eigen opwek het primair fossiel energiegebruik verlaagt waarop het label is gebaseerd; dat staat uitgelegd op zonnepanelen en het energielabel.
Bekijk wat dit voor uw woning betekent
Vul uw adres in en zie binnen vijf minuten welk energielabel uw woning nu heeft, welke maatregelen er bij uw woning passen en wat ze opleveren. Gratis, zonder account.
U krijgt een indicatie volgens de NTA 8800-methode, geen geregistreerd energielabel.
Lees ook
Bronnen
- Milieu Centraal — Spouwmuurisolatie: kosten, subsidie en besparing per woningtype (markttoets op onze eigen doorrekening) — geraadpleegd
- Milieu Centraal — Vloerisolatie: kosten, subsidie en besparing per woningtype (markttoets; hier loopt onze doorrekening het sterkst uiteen) — geraadpleegd
- Milieu Centraal — Dakisolatie: kosten, subsidie en besparing per woningtype (markttoets) — geraadpleegd
- Milieu Centraal — Triple, HR++ of vacuümglas: besparing vanuit dubbel en vanuit enkel glas (markttoets) — geraadpleegd
- RVO — Data Voorbeeldwoningen 2022 (databijlage, tabblad rijwoning tussen 1965–1974, kolom “huidig”): de invoerset van onze referentiewoning — geraadpleegd
- RVO — Voorbeeldwoningen 2022 bestaande bouw, verantwoordingsrapportage: hoe de voorbeeldwoningen zijn samengesteld en waarom er geen referentielabel bij hoort — geraadpleegd